Boutros Bubba, Coen Oscar Polack, Katadreuffe, Machinist, Matto Frank, Peal @ Smart Project Space, Amsterdam – November 19 2011

review

kindamuzik
november 22 2011
by sven schlijper

Zes bands op één avond: de mensen van het platenlabel Narrominded houden van volle avonden. Dat betekent: je overgeven aan de herfst- en wintercollectie van een van de fijnere vaderlandse huizen qua hedendaagse muziek.

Ruwweg valt de kleine festivalsetting met zes acts op te delen in twee secties. Enerzijds is er de club, waar men gewapend met gitaren en drums op hoog volume van leer trekt, en daartegenover staan drie heren die achter een tafel in de weer zijn met elektronica. Zelfs wie wel wat gewend is qua volume zal bij de eerstgenoemde categorie de wenkbrauwen fronsen vanwege de genadeloze muur aan geluid die de bands produceren. Als alles op het mengpaneel vol in het rood staat om delen van de drums en zang boven de tetterende versterkers uit te krijgen, staat een en ander wellicht te hard, heren!

Peal betoont zich een extreem waardig exponent van de Don Caballeroschool met een combinatie van post- en mathrock en ergens wappert ook nog wat noisecore rond om het verhaal af te maken. Het blijkt een act die intrigeert en makkelijk als voorprogramma voor menig postrock- of postmetalband zou kunnen optreden en dan wellicht de hoofdact naar huis speelt. Boutros Bubba vliegt daarentegen alle kanten op en raakt aan oorden waar Sonic Youth-achtige dissonantie heerst, maar ook aan dadaïstische of puur absurdistische waanzin. Absoluut leuk voor een single en drie of vier nummers, maar best vermoeiend als ‘hard’ het enige standje blijkt. Daar bedient ook Katadreuffe zich van. “Deal with it”, zeggen ze zelf. Klopt, en dat is bepaald geen straf, waar de superenergieke klanken tussen postpunk en shoegazing noisecore laveren en de stroboscopen knipperen, terwijl de groep acts als The Dillinger Escape Plan en Parts and Labor in herinnering roept.

Tegenover het ‘lawaai’ staan de andere drie acts. Coen Oscar Polack serveert drones en elektronische geluiden. Live verrijkt hij ze met saxofoongeluiden – eveneens digitaal bewerkt qua klank – die aan het eind van zijn set een jumbojet die daalt en weer opstijgt benaderen. Matto Frank rommelt zich een beetje door zijn set heen, maar weet bevreemdende Chinese popsamples wel vakkundig te koppelen aan hedendaagse beats en noise. Bovendien gaat hij met kneuzig ogende, doch innemende dansjes kek op in zijn eigen act.

Van Machinist hoef je geen choreografie te verwachten. Hij laat een groot scherm neerdalen en daarop toont hij zijn videokunst. Geen twijfel mogelijk: Zeno van den Broek, die achter deze artiestennaam schuilgaat, is voor alles een kunstenaar, zowel in geluid als in beeld. Een artiest die net zo makkelijk in een galerie exposeert als in een concertzaal zijn kunsten vertoont of laat horen. Live is zijn werk ergens verwant aan dat van Carsten Nicolai, het is ook zo abstract en rudimentair. Elders kent het weer raakvlakken met dronegoden als Sunn o))) (hoewel, steeds minder) en minimalhelden als Steve Reich (steeds meer).

Van den Broek is de enige die het volle volume niet opzoekt. Hij zit stil, schudt zijn hoofd eens een keer als er te luid gebabbeld wordt achter hem (het opbouwende Katadreuffe) of wanneer een stroboscoop die even getest wordt zijn ‘visuals’ verstoort; die zijn immers integraal onderdeel van het Gesamtkunstwerk. Pianoklanken voeren de boventoon in zijn concert in resonantie en interferentie. De beelden van trillende gitaarsnaren, mistige ramen en gespiegelde graffitimuren sluiten naadloos aan bij de kale muziek, die steeds indringender wordt. De beelden aan het einde lijken een chatroulette te suggereren en dragen de titel Inner – Outer. Ze werken als videokunstwerk prima, maar detoneren nogal in de set en verbreken de magie van het gebrachte geluid en het optreden een beetje. Het is echter de enige piepkleine smet zijn op een concert dat blijft naijlen.

Coen Oscar Polack, vroeg op de avond, maakt diepe indruk, Machinist nog meer en daarmee is de koek bepaald op. Daar denkt Narrominded anders over. Hoeveel kan een mens aan op één avond? Het devies luidt dan ook: minder. De afwisseling tussen rock en elektronica werkt briljant, maar vier acts zijn ook echt heel mooi. Less (volume) is more, echt.

original article

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>